Strip Zomer2

Historie

EEN OUD VERHAAL

 

Een klein dorp in het zuiden van Frankrijk en het is vier uur in de namiddag.Opa-bouler
Het plein voor de kerk is vol leven. De landelijke rust wordt onderbroken door de metalen klank van tegen elkaar ketsende stalen ballen. Er wordt Pétanque gespeeld.


De populairste vorm van "Jeu de Boules", zes mannen zijn doende hun boules zo dicht mogelijk bij het doel, een klein houten balletje, te plaatsen.

Het halve dorp vormt een schare van toeschouwers, die zich bij het spel betrokken voelen als waren zij de spelers zelf. Commentaren, aanwijzingen, beraadslagingen tot zelfs zich mengen in een discussie over een zojuist geplaatste boule, maken het beeld totaal.

 

Er is welhaast geen dorp of stad in Frankrijk waar zich niet dagelijks het zojuist geschetste beeld afspeelt.

Het plein waar wordt gespeeld, ook wel bouledrome genoemd, vormt het middelpunt van het dagelijkse gebeuren. Hier worden alle wetenswaardigheden uitgewisseld. Iedereen kent iedereen.


Wat biedt dat boulesspel toch en wat maakt het zo interessant? .

Ook als men van een boulesspel spreekt wordt de associatie gauw gelegd met een Fransman. Men heeft dan een man voor ogen met een verweerd gezicht, een Baskenmuts op zijn hoofd en in zijn nabijheid een Pastis. Vaak ook is deze beschrijving juist.

 

Toch heeft parallel naast dit meer creatief georiënteerd bezig zijn, zich een spel ontwikkelt waarin zich het wedstrijdelement laat gelden. Er ontstonden verenigingen.
Trainingstijden werden vastgesteld en aan de techniek en tactiek de nodige aandacht gegeven.
Er werd ook gespeeld in verschillende leeftijdsgroepen.


Wil men dit spel tot zijn recht laten komen dan moet men niet altijd op de gezellige toer bezig zijn en het beperken tot een sociologisch aspect. Maar vooral ook de sportieve kant benaderen, die door het stijgen van het aantal regionale en landelijke wedstrijden steeds meer terrein wint.

 

Zo kent de Franse Boulesbond, de "Federation Française de Pétanque et Jeu Provencal" inmiddels meer dan 500.000 leden en neemt op de ranglijst  van de meest beoefende sporten de derde plaats in, na voetbal en skiën.
Zou men alle niet bij de bond aangesloten Pétanque spelers in het totaal opnemen, dan is een verschuiving ten gunste van de boule sport zeker spectaculair te noemen.

 

Dit spel biedt meer dan uitsluitend technische en tactische varianten.

Het werpen, gooien, is zonder twijfel een van de meest natuurlijke vormen van het menselijk bewegen. Een beweging die het meest voorkomt. In de oertijden werd deze beweging al gemaakt. Bijvoorbeeld bij de primitieve vorm van jagen en oorlog voeren. Zoals ook met het lopen bood het werpen de mogelijkheid tijdens een wedstrijd de krachten te meten.


Zo kenden de Grieken een werpspel genoemd "Sphaera" . Waar het om ging, waren stenen met een bepaald gewicht en grootte, op een van tevoren bepaalde afstand te werpen. Deze tak van sport werd door artsen uit de oudheden, bijvoorbeeld Hippocrates, warm aanbevolen.

Het ging hier om een oefening die zowel arm- als beenspieren ontwikkelden.
Ook bevorderde het de lenigheid van de wervelkolom en kwam het alle gewrichten ten goede. Maar voor alles was van belang dat het bevorderde het bepalen van de oogafstand, het vermogen tot beoordelen en het plezier van het nemen van beslissingen.

 

Dit spel kan echter, meer nog dan bij het huidige kogelstoten tot uiting komt, zoals door Jullus Polux twee honderd jaar na Christus werd beschreven, de drager en voorloper genoemd worden van het huidige boule spel.
Twee spelers proberen met stenen een op afstand gelegen doelsteen te treffen. De verliezer moet vervolgens zijn tegenstander op de schouders nemen en hem naar het doel dragen.

 

Van grote betekenis wordt het boulesspel in de middeleeuwen, omstreeks het jaar 1400.

Alleenheersers trachten het spel te verbieden. Zij zagen in de uitbreiding ervan een gevaar voor de staatsveiligheid en wilden in plaats daarvan de onderdanen bezig zien met boog- handboogschieten, sabelgevechten en speerwerpen. Oefeningen die meer geschikt waren voor het verdedigen van het koninkrijk. Zo liet in het jaar 1369 Karel de Vijfde een koninklijk decreet uitgaan die het boulesspel verbood.

 

Paters

Ook de kerk stond het spel niet bijzonder na. Aartsbisschop van Tournay verklaarde, dat niemand met kogels, gelijkrond of een nog andere hoedanigheid, in de omgeving van Tournay mocht spelen. Uitgezonderd de zondagen en de Christelijke feestdagen, na het middageten.
De Parijse synode van 1697 verbood alle geestelijken openbaar en in het bijzijn van burgers geluksspelen, waaronder ook het boulesspel.

 

Ook buiten Frankrijk ontwikkelden zich spelvormen met boules.
Naast het spelprincipe van het boulesspel, waarbij het er om gaat de boule zo dicht mogelijk bij een doel te werpen, ontwikkelde zich in Engeland het kegelen en het biljarten.
Hoewel ook daar het boulesspel werd beoefend.

Wat zich vast laat stellen is het typische onderscheid tussen verschillende landen.
Zo werd in Engeland op gras gespeeld. In Spanje op een marmeren ondergrond en in ltalïe op een harde zandbodem. Het gewicht en de doorsnede van de boule verschilden. Zo ook het materiaal waaruit zij werden vervaardigd.


In Frankrijk kreeg het spel in de aanvang van de jaren zeventien honderd concurrentie van het " Jeu de Paume ".
De voorloper van het huidige tennisspel.
De fabrikanten van tennisrackets zagen een gevaar in de al maar toenemende populariteit van het boulesspel. In het jaar 1629 lukte het hen het parlement ervan te overtuigen dat het boulesspel verdorven was en tot een losbandig leven voerde. Tevens zou het de oorzaak zijn van vele onbeschaamdheden. Na enige processen verbood daarop de rechter het spel.


Al deze verboden konden de verspreiding van het spel met de boules niet verhinderen. Heimelijk werd in kloostertuinen en afgelegen plaatsen gespeeld. Zo zette het spel zich door en kon zich verheugen in een al maar groeiende belangstelling.
Vooral In Zuid Frankrijk en in de Provence.
Ook de aristocratie beviel het spel van het gewone volk en kreeg daardoor een zekere opwaardering.

Bij het beoefenen van het spel beperkte men zich niet meer tot het spelen op verborgen plaatsen, maar ook in steden op straten en pleinen. Dat was voor de burgemeester van Lyon een aanleiding om in 1824 een politieverordening uit te vaardigen, die weliswaar niet zoals vroeger het boulesspel verbood, maar meer de gedachten ten grondslag had de enorme expansie ervan wat in te dammen.
Zo werd het verboden op straten te spelen die verschillende oorden verbonden. Ook mocht niet gespeeld worden op de hoofdstraat in de stad. Bovendien werd de spelers te verstaan gegeven voorzorgsmaatregelen te treffen die ongelukken door rond vliegende boules moesten voorkomen.

 

In oktober 1870 wees de prefect van Marseille de bevolking op een publicatie die overal in de provence werd opgehangen, met de volgende inhoud:

"Avis aux campagnus"
On m'assure que, dans certaines communes rurales, quelques gardes nationaux apportent une extrême négligence à l'accomplissement de leurs devoirs patriotiques. J'autorise les maires à déclarer mauvais citoyens tous ceux qui, à l'heure des exercices militaires, se livreraient à des jeux ou à des récréations intempestives.
Trêve aux amusements et aux exercices d'adresse, quand la France est sous les armes. Laissons dirimer les boules quand les boulets déchireront le sol sacré de la Patrie.
(Paccino, C.; 1982; S. 20)

Men berichtte mij dat in bepaalde landelijke gemeenten enige Nationale Gardisten hun patriottische plichten met buitensporige nalatigheid vervulden. Hierbij geef ik de burgemeesters de volmacht al diegenen tot slechte burgers te verklaren, die tijdens militaire oefeningen spelen of op een ongepaste wijze hun plicht verzaken. Weerstaat de genoegens van de behendigheidsspelen terwijl Frankrijk onder de wapenen staat. Laat de boules rusten terwijl kanonkogels de heilige aarde van ons vaderland verscheurt.

 

In de loop der tijden ontwikkelden zich in Frankrijks provincies verschillende manieren om met boules te spelen. Het spelidee was altijd hetzelfde. Men probeerde met een of meer kogels dichter bij het doel te komen dan de tegenstander. Het verschil bestond daarin dat de regels anders waren, het gewicht, de diameter van de boule en de afmeting van het speelveld.

Bij Boule-en-Bois, dat alleen in Bretagne gespeeld wordt, zijn de boules van hout en hebben een gewicht 1.5 kg. De afstand vanaf de werpplaats tot het doel bedraagt circa 22 meter.

 

Bij Boule-de-Fort dat in hoofdzaak wordt gespeeld in de Loire zijn de boules enigszins discusachtig met een holle en een bolle zijde. Beide zijden zijn bovendien van verschillende zwaarten, veroorzaakt door een ongelijke stalenmantel.

De Boule heeft een diameter van 12 centimeter en weegt circa 1.5 kg. Er wordt gespeeld op een veld dat aan de zijden door walkanten is begrensd. Het spel is zeer gecompliceerd en vereist een frequente training. Heden ten dage wordt het nog maar zelden gespeeld.

 

Verder is er nog het Boule-des-Berges. Hier wordt gespeeld met een 1 kg. zware kogel op een speelveld van 30 tot 32 meter.

Van groter belang zijn alleen nog het Boule Lyonaise, hoofdzakelijk gespeeld in de omgeving van Lyon en Noord Italië, het Jeu Provencal en het Pétanque.
De beide laatste hebben een meer dan regionale verbreiding en zijn zelfs van internationale interesse.
Sinds 1964 worden in beide disciplines ieder jaar wereldkampioenschappen gehouden.

Het zijn deze drie varianten waar nader op in zal worden gegaan.

 

HET BOULE LYONNAISE

 

In 1884 werd in Lyon het eerste toernooi met vaste spelregels gehouden. Aan deze wedstrijd namen 1200 spelers deel, waardoor het een grote opgang beleefde.

Er werden organisaties en verenigingen opgericht en het aantal leden steeg snel.


Omstreeks 1924 waren dat er reeds 17000. De toen geldende regels beantwoordden nou niet precies aan die welke we nu kennen.
Het gewicht, de diameter en het materiaal waarvan de boules werden vervaardigd waren nog niet vastgelegd.

 

Historische boule ballen, houten ballen beslagen met spijkers Men speelde in het begin, al sinds de middeleeuwen, met houten boules.
Deze waren, om een grotere weerstand te verkrijgen en de mogelijkheid om te rollen, rondom met spijkers beslagen. Vaak waren er liefdevolle figuren op aangebracht en voorzien van emblemen en andere versieringen.

Vanaf 1923 worden de boules hoofdzakelijk van staal gemaakt, van een brons-aluminium legering.  De diameter moet zijn tussen de 9 en 11 cm. Het gewicht varieert tussen 900 en 1400 gram.

 

Het speelveld, dat in tegenstelling tot de beide volgende spelen, is precies bepaald wat betreft de afmetingen. Zo ook de gesteldheid van de bodem. Deze is, door haar gecompliceerdheid moeilijk te realiseren, zodat deze vorm van een boulesspel niet de populariteit bereikte zoals Pétanque die kent. Om het spel te kunnen spelen is het noodzakelijk dat altijd de juiste bodem beschikbaar is, terwijl men Pétanque overal kan spelen.

 

Het doelballetje moet bij Lyonnaise komen te liggen tussen de 12.5 en 19.5 meter.
De dan te spelen boules kunnen op twee manieren geworpen worden.
Of men probeert zijn boule zo dicht mogelijk bij het doelballetje te krijgen of men probeert een geplaatste boule van de tegenpartij weg te schieten. Deze beide grondtechnieken worden in een later stadium nader beschreven.


Bij Boule Lyonnaise moet de volgende te werpen boule aangekondigd worden.

Wordt de boule geplaatst dan heet dat aanleggen. Indien de geworpen boule een andere zou beroeren en deze niet verder dan vier meter weg zou rollen, is de worp ongeldig en wordt deze teruggelegd op zijn eerdere plaats.


Wordt er geschoten, dan moet de te schieten boule van tevoren zijn aangekondigd.
De geschoten boule mag hoogstens 50cm voor de aangekondigde boule op de bodem neerkomen en moet die als eerste raken. Om de worp uit te voeren heeft de speler zeven meter ter beschikking waarbinnen hij een aanloop kan nemen.
Meestal worden 5 tot 6 passen uitgevoerd. De reeds in het spel zijnde boules moeten worden gemarkeerd zodat bij een foute worp de boule op de juiste plaats kan worden teruggelegd. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de geworpen boule voor de 50cm neerkomt, opspringt en een andere boule treft. Voor het markeren van de boule is een speciale stok waarmee de markering wordt uitgevoerd.


Boule Lyonnaise is een sportvorm die veel training vraagt. Het is niet eenvoudig een boule van 1.5 kg over een afstand van 19.5 meter te gooien om dan ook nog de boule van de tegenstander te treffen.
Een alternatief hiervoor is:

 

HET JEU PROVENCAL

 

De boules die hiervoor gebruikt worden variëren van 600 tot 900 gram. De spelregels zijn eenvoudiger. Het betreft echter een spel met veel beweging.
Een speler die gaat plaatsen trekt eerst een kring. Zet vervolgens een grote stap naar rechts of links en trekt het andere been aan.
De boule moet gespeeld worden voordat het na te trekken been de grond raakt.
Er wordt dus staande op één been geworpen.

 

Er moet wel een goede balans worden gevonden om de boule bij het 22 meter verder liggende doel te krijgen. Bij het schieten is de worp geldig wanneer de boule ten hoogste één meter voor de te treffen boule de grond raakt.
Zo niet dan worden de getoucheerde boules weer op hun plaats teruggelegd.


Deze spelsoort is net als haar Lyonvariant zeer aanmatigend en vraagt heel veel training en een goede conditie om bij een toernooi goed uit de voeten te kunnen. Van een goede schutter wordt verwacht dat hij minstens 7 van de 10 schoten raak kan noteren.

 

PÉTANQUE

 

Het ontstaan van deze vorm van het boule spel is precies zo origineel als het spel en de speler zelf. Het ontstond in het jaar 1910 in La Ciotat, een klein stadje aan de Côte d'Azur, tussen St. Tropez en Marseille. Een uitzonderlijke al wat oudere klassespeler in het provencal, ooit meester in deze discipline, moest bij het spel toekijken. Hij werd geplaagd door reuma.
De pijn was zo erg dat hij niet in staat was de uitvalsstap en de drie aanloop stappen tot een schot uit te voeren. Toch wilde hij zijn geliefde sport niet opgeven en kwam op het idee de werpafstand enigszins te verkleinen en staande zonder aanloop te spelen.

 

Al snel kreeg hij vrienden die met hem meededen. Men stond in een getrokken cirkel.

Vandaar uit werd een boule geworpen op een afstand tussen de 6 en de 10 meter.

Men moest met gesloten voeten in de cirkel staan. Hieruit ontstond ook de huidige naam van het spel. De aanduiding "Gesloten voeten" heet op zijn Frans "Piedstanques" en op zijn Occitanisch "Pedtanco". Deze beide namen werden al snel samengevoegd tot het huidige Pétanque.


Hoewel de manier van spelen aanvankelijk in het belachelijke werd getrokken, vond het al snel grote aanhang en zeker niet alleen in zuid Frankrijk.

Omdat deze spelvorm niet onder strenge regels viel en minder gecompliceerd is, openden zich tal van mogelijkheden het spel uit te proberen. Passie voor petanqueMen werd niet beknot door op een vaste plaats en speelterrein te spelen. Integendeel.
Men speelde op pleintjes bij kerken, in parken en ongeasfalteerde dorpsstraatjes, waar een boule voorrang had op het verkeer.

 

Zo ontstond het huidige Pétanque. In 1943 werd de Fédératlon de la Pétanque et du Provencal (F.F.PJ.P.) opgericht. Zij noteert inmiddels meer dan 500.000 leden.

Ook buurlanden als Zwitserland, België, Italië, Nederland en ook Duitsland kennen intussen een Jeu de Boules Bond.

 

In Frankrijk is sinds 16-12-1978 zowel het Jeu Provencal als het Pétanque als officiële sport erkend. Dat had tot gevolg dat het ministerie van Jeugd, Sport en Vrije tijd dit spel ondersteunde en subsidieerde. Zo werden in vele steden nieuwe Boulodrome's gebouwd, oude vernieuwd en deels ook van verlichting voorzien.

 

Nationale en Internationale wedstrijden met deelname van Japan, Thailand, Senegal, Finland en anderen werden gehouden.